huisartsenpraktijk Dr Desmedt Magalie

Home

Welkom op de website van Dokter Desmedt Magalie, huisarts

Haachtsebaan 115, 3140 Keerbergen
Tel: 015/64.77.88

Enkel consultatie na afspraak:

  •  Via de online agenda kan u zelf een afspraak maken op de website.
    Klik hier om online een afspraak te maken
    Wenst u de dag zelf nog een afspraak maar de digitale agenda is volzet? Bel even en we zoeken samen naar een oplossing.
  •  U kan ook telefonisch een afspraak maken op het telefoonnummer 015/64.77.88

 Je mazelenvaccinatie, maak er een punt van

Wat je moet weten over de mazelen – in vier puntjes

1. ‘Kinderziekte’ voor volwassenen

Je bent tussen 20 en 45 jaar? In de fleur van je leven! En toch loop net jij een verhoogd risico op mazelen. Hoe dat komt? Je bent wellicht niet 2 keer gevaccineerd in je kindertijd. Bovendien is de kans groot dat jij, net als vele anderen jonger dan 45, die vervelende ziekte nog niet hebt gehad. Wat kan je doen?


2. S.O.S. dokter

Kijk je vaccinatiestatus na op je vaccinatiekaart of check het bij je huisarts. Zo weet je meteen hoeveel vaccinaties je al hebt gehad. Nog geen 2 spuitjes gekregen? Dan laat je je best vaccineren, zeker wanneer je soms reist. Want de mazelen zijn nog niet verdwenen. Ze zijn bovendien bijzonder besmettelijk.


3. Jij onder de vlekken, anderen onder de vlekken

Mazelen is besmettelijk van 4 dagen voor de eerste vlekjes verschijnen, tot 4 dagen nadat ze verdwenen zijn. Je blijft dus best een tijdje thuis uitzieken. Want er is geen medicijn. Bovendien vermijd je zo vrienden of familie te besmetten. Vooral ouders van baby’tjes jonger dan 1 jaar zullen je dankbaar zijn, want die kleintjes kunnen nog niet beschermd worden met een vaccinatie.


4. Mazelen, makkelijk te herkennen?

  • Mazelen start als een verkoudheid met koorts en hoest. Dan komen er lichtroze vlekjes.
  • In een later stadium worden het rodere vlekjes over je hele lichaam. Jawel, je hele lichaam.
  • Ook je ogen kunnen bloeddoorlopen zijn. Maar daar stopt het jammer genoeg niet.
  • Je kan er ook een longontsteking of hersenontsteking van oplopen.

Meer info op: http://www.vaccinatieweek.be/home


 

Hoeveel suiker eet u in één dag?
Doe de suikertest op de website van De Standaard! : http://www.standaard.be/suikertest


 

Actueel:  3 april 2015

Voorjaarsmoeheid

De lente is begonnen. Maar toch is het net of alle energie je ontbreekt. Dit fenomeen noemen we voorjaarsmoeheid. Deze klachten zijn typerend: vermoeidheid, lusteloosheid, prikkelbaarheid, gebrek aan concentratievermogen, somberheid, pessimisme,… Zelfs bij voldoende slaap kan je nog moe zijn.
Wat betreft voeding eet je best zo gezond en gevarieerd mogelijk. Heel belangrijk is dat je voldoende groenten en fruitsoorten eet, die vooral geteeld worden in de lente. Lentegroenten en fruitsoorten zijn gezonde, lekkere en natuurlijke pepmiddelen. Ze leveren grote hoeveelheden vitaminen en mineralen, die je op dat moment nodig hebt. Natuurlijk kunnen groenten en fruitsoorten geen geneesmiddelen vervangen. Maar met seizoensgebonden groenten en fruit zal je je al veel beter voelen.

Voorbeelden van typische lentegroenten en fruitsoorten

  • Groenten: asperges, broccoli, bloemkool, tomaten, sla, spinazie, paprika, peterselie, waterkers,…
  • Fruit: aardbeien, pompelmoes, rabarber, mango, …
Voor een goed behoud van de vitaminen en mineralen, koop je de groenten best zo vers mogelijk en eet je ze liefst rauw. Bij blancheren, koken of stomen zorg je ervoor dat de groenten beetgaar zijn.
Naast een gezonde en gevarieerde voeding is het ook van belang om het zonlicht op te zoeken. Vitamine D wordt onder invloed van het zonlicht in de huid aangemaakt. In de winter zitten we meestal binnen en krijgen we dus te weinig zonlicht. Er kan een vitamine D-tekort ontstaan en dit zou een rol kunnen spelen bij voorjaarsmoeheid.
Vermijd snelle of zoete suikers. Voorbeelden van zoete suikers zijn gewone frisdranken, koek, gebak, chocolade,… Op het moment dat je zoete dingen eet, kan dit even een gevoel geven van energie geven. Maar op lange termijn gaan snelle of zoete suikers je moe maken. Kies voor gezonde tussendoortjes, zoals fruit (vers of gedroogd), een handvol noten, soep, worteltjes of kerstomaten,…
Sporten is een ander middel tegen voorjaarsmoeheid. Door meer te bewegen verhoog je de stofwisseling in je lichaam. Kies bij voorkeur een sport die je buiten beoefent. Op die manier krijg je de voordelen van het zonlicht.

Besluit

Een gevarieerde vitaminerijke voeding met weinig zoete suikers, voldoende zonlicht en bewegen doet het bij mensen met voorjaarsmoeheid ook weer kriebelen in de lente.
door Claudia Fripont

Actueel:  1 september 2014

De griepvaccinaties starten in oktober!

Waarom vaccineren tegen de griep?

Vaccinatie is de enige manier om u tegen de griep te beschermen.

Griep is een zeer besmettelijke ziekte die elk jaar in de winterperiode opnieuw opduikt. Elke winter krijgen gemiddeld 1 op de 10 mensen de griep. Meestal genezen ze vanzelf na enkele dagen, maar bij sommige mensen kan de griep ernstige gevolgen hebben. Elk jaar sterven er ook honderden mensen aan de gevolgen van de griep.

Als u gevaccineerd bent, dan is de kans dat u griep krijgt veel kleiner. Als u toch griep krijgt, dan wordt u minder ziek en is de kans op complicaties zoals longontsteking ook veel kleiner. Bovendien vermindert de kans dat uw ‘eigen’ ziekte verergert (bijvoorbeeld ontregeling van uw diabetes).

Wie moet zich vaccineren tegen griep?

De griepprik is sterk aanbevolen voor:

  • zwangere vrouwen die in het tweede of derde trimester van hun zwangerschap zijn op het ogenblik van het griepseizoen;
  • mensen met een hartziekte, een longziekte zoals ernstig astma of COPD of lever- of nierziekte;
  • diabetespatiënten
  • mensen met een chronische spierziekte
  • mensen verminderde weerstand door andere ziekten of door een medische behandeling
  • personen ouder dan 65 jaar;
  • al wie in een woonzorgcentrum of ziekenhuis opgenomen is;
  • alle mensen die onder hetzelfde dak wonen als de bovengenoemde risicopersonen of zorgen voor kinderen jonger dan 6 maanden;
  • alle personen werkzaam in de gezondheidssector.

Ook voor gezonde mensen vanaf 50 jaar kan vaccinatie zinvol zijn. Bespreek dat met uw huisarts.

Wanneer vaccineren?

Laat u tussen midden oktober en midden november vaccineren. Zolang het griepvirus niet is doorgebroken, blijft vaccinatie nuttig. Het vaccin beschermt pas na twee weken en is maar goed voor één winterperiode.

Elk jaar moet u dus opnieuw een griepvaccin krijgen.

Hoe laten vaccineren?

  • Vraag een voorschrift bij uw arts.
  • Haal daarmee het vaccin bij uw apotheker.
  • Ga er zo snel mogelijk mee naar uw huisarts en bewaar het intussen in het midden van uw koelkast, anders wordt het waardeloos
    Nog beter is het vaccin pas af te halen bij de apotheker vlak voor u een afspraak hebt bij uw huisarts.

Hoeveel kost het?

Bent u een van de mensen voor wie het vaccin is aanbevolen, dan wordt het griepvaccin gedeeltelijk terugbetaald. Het kost dan ongeveer 6 euro. Heel wat ziekenfondsen geven nog extra korting. Voor mensen die in een woonzorgcentrum wonen is het vaccin vanaf dit jaar gratis in Vlaanderen.

Andere vragen

Moet ik me laten vaccineren als ik vorig jaar al ingeënt werd?

Ja, het griepvaccin moet elk jaar gegeven worden. Elk jaar zijn er andere griepvirussen, en krijgt het griepvaccin een andere samenstelling, afgestemd op de virussen die naar verwachting de komende winter veel zullen voorkomen. Bovendien is de bescherming die het vaccin biedt slechts tijdelijk. Na een half jaar tot één jaar is het vaccin meestal uitgewerkt.

Moet ik me laten vaccineren als ik vorig jaar de griep heb gehad?

Ja, omdat de griepvirussen steeds veranderen, kan je elk jaar besmet worden met een ander type virus waartegen je geen natuurlijke weerstand hebt opgebouwd. Daarom heeft het griepvaccin ook ieder jaar een andere samenstelling.

Moet ik me laten vaccineren als ik nog nooit griep hebt gehad?

Sommige mensen krijgen inderdaad zelden griep, maar zeg nooit “nooit”! Als u tot een van de risicogroepen behoort, maakt u bij een griep evenveel kans op ernstige verwikkelingen als alle anderen uit die groep. Daarom is het raadzaam om ieder jaar de griepprik te halen.

Heeft het griepvaccin bijwerkingen?

U kunt de eerste dag wat pijn, roodheid of een kleine zwelling hebben op de plaats van de prik (de bovenarm). Dit gaat binnen één tot twee dagen vanzelf over. Klachten als hoofdpijn en koorts zijn zeldzaam, maar kunnen voorkomen. Dit gebeurt dan vooral bij kinderen die nog niet met een griepvirus in aanraking zijn gekomen.

Allergische reacties komen zelden voor. Personen die allergisch zijn voor kippeneiwit mogen zich niet laten inenten. Als u een allergische reactie kreeg op een eerdere vaccinatie, bespreekt u dat het best eerst met uw huisarts of apotheker.

Kan ik griep krijgen door het griepvaccin?

Een griepvaccin bevat geen levende virusdeeltjes en kan dus geen griep veroorzaken. Het spuitje doet uw lichaam wel verdedigingsstoffen aanmaken, wat soms aanleiding geeft tot lichte ongemakken, maar het maakt u niet echt ziek. Wanneer u kort na een griepvaccinatie toch ziek wordt, werd u waarschijnlijk net vóór de inspuiting al besmet of gaat het om een ander virus (dat bv. verkoudheid veroorzaakt).

Kan ik toch griep krijgen als ik gevaccineerd ben?

Als je gevaccineerd bent, kan je toch nog griep krijgen.

Het duurt twee weken voor je lichaam voldoende afweerstoffen heeft aangemaakt om je te beschermen tegen griep. Als je binnen die twee weken met het griepvirus in aanraking komt, kan je toch griep krijgen.
Bovendien beschermt het vaccin alleen tegen de griepvirussen die in het vaccin zitten. Als er toevallig een virus opduikt dat niet in het vaccin zit, dan krijg je toch griep.

Als je afweersysteem verzwakt is (bijvoorbeeld door ziekte, ouderdom of bepaalde geneesmiddelen), dan kan het zijn dat het vaccin minder goed aanslaat en dus ook minder goed beschermd. Je kan toch ziek worden. Maar meestal zijn de gevolgen minder erg.
Het griepvaccin beschermt alleen tegen de griep en niet tegen andere virussen die vergelijkbare klachten kunnen geven, zoals bevoorbeeld een verkoudheid.

Enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen verminderen de kans op besmetting

  • Was uw handen vaak met water en zeep. Je kan ook reinigende doekjes met alcohol gebruiken.
  • Gebruik tijdens het hoesten of niezen wegwerpzakdoekjes. Gooi het papiertje daarna meteen in een afgesloten vuilnisbak.
  • Hebt geen zakdoekje, bedek dan neus en mond met de hand.
  • Maak harde oppervlakken en voorwerpen zoals keukenapparatuur en deurklinken regelmatig schoon. Doe dit met een normaal schoonmaakproduct.
  • Raadpleeg je arts als je griepsymptomen hebt.
  • Een jaarlijkse griepprik is de beste bescherming tegen de griep.

Meer info

Meer informatie over de seizoensgriep kan geraadpleegd worden op de website van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV).Externe link (nieuw venster)

Opgelet: het jaarlijkse griepvaccin beschermt niet tegen de vogelgriep.

 

 

 

Actueel: 1 mei 2014

Tips om minder (rood) vlees te eten

Alhoewel er nog heel wat controverse bestaat over de relatie tussen vlees en kanker, bestaat er meer en meer bewijs dat rood vlees en bewerkt vlees de kans op dikkedarm- en endeldarmkanker verhogen. Volgens een rapport van de Hoge Gezondheidsraad zou het aantal darmkankers met 10 à 20 procent kunnen dalen indien we minder rood vlees en charcuterie eten. De mogelijke boosdoeners in rood vlees zijn verzadigd vet en heemijzer. Bij de bereiding ervan kunnen ook nog schadelijke PAK’s ontstaan – vooral bij verbranding – en in bewerkte producten zit veel zout en nitriet.

Daarom adviseert de Hoge Gezondheidsraad, in navolging van heel wat internationale organisaties, maximaal 500 g rood vlees (en charcuterie) per week of maximaal vijf keer per week 100 g per dag. De aanbeveling voor peuters (1,5-3 jaar) bedraagt 25 tot 50 g vlees (of een vervangproduct per dag), voor kleuters (3 tot 6 jaar) 50 tot 75 g per dag en voor lagereschoolkinderen (6-11 jaar) 75 tot 100 g per dag.
Dit komt in feite overeen met de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek.
Uit de resultaten van de Belgische voedselconsumptiepeiling (2004) blijkt dat de gemiddelde Belg 61 gram vers rood vlees per dag eet, wat overeenkomt met 427 g per week. Daarnaast eet hij nog ongeveer 32 g vleesproducten per dag.

Wat is rood vlees?
Met rood vlees wordt vooral runds-, kalfs-, varkens-, paarden-, lams- en geitenvlees bedoeld dat speciaal voor consumptie wordt gekweekt. Of ook wild daaronder valt, is omstreden. Het vlees van wild (zoals konijn, everzwijn, hert enz.) is, net zoals dat van gevogelte (zoals kip, kalkoen, fazant enz., maar niet eend) anders van samenstelling dan vlees van tamme dieren: het bevat doorgaans minder vet en ander vet en het is minder rood van kleur (het bevat minder hemoglobine, het eiwit in het bloed dat verantwoordelijk is voor de rode kleur). Rood vlees heeft geen hogere voedingswaarde dan wit vlees.
Met charcuterie wordt bedoeld alle rood vlees dat één of meerdere bijkomende behandelingen onderging ter bewaring (zoals roken, zouten), of waaraan kleur- en/of bewaarstoffen (zoals nitriet) zijn toegevoegd. Het betreft onder meer worsten, hamburgers, ham, spek, salami, enzovoorts.

Tips om minder rood vlees te eten
In kleine hoeveelheden is rood vlees niet schadelijk. U kunt dus met een gerust hart van uw biefstuk genieten. Kies bij voorkeur voor magere vleessoorten.
Rood vlees is een waardevolle bron voor diverse voedingsstoffen als eiwitten, ijzer, zink en vitamine B1, B2, B6 en B12. Deze voedingstoffen kunt u echter ook uit andere voedingsmiddelen halen zoals vis, noten, zaden, peulvruchten, eieren, granen, groente en fruit. Strikt gezien hoeft u vlees dus niet te ‘vervangen’, op voorwaarde dat u gevarieerd en goed uitgebalanceerd eet.

• Variëer voldoende met verschillende eiwitrijke producten, door bijvoorbeeld drie keer in de week vlees te vervangen door vis, ei, peulvruchten, noten of andere plantaardige vleesvervangers. Eet bijvoorbeeld 1 à 2 keer per week gevogelte in plaats van rood vlees, 2 à 3 keer week vis en 1 à 2 keer per week vegetarisch.
• Als vegetarische alternatieven voor vlees zijn er ondermeer groenteburgers, quorn en bereidingen op basis van soja (tofu, tempeh).
Peulvruchten zoals bonen, soja, linzen, kikkererwten enz. zijn een uitstekende vervanger voor rood vlees. Peulvruchten zijn rijk aan eiwitten, vitamine B1 (behalve verse princessenbonen, snijbonen en erwtjes), voedingsvezel, ijzer en andere mineralen. Soja bevat van nature geen vitamine B12, maar aan sommige kant-en-klare sojaproducten is het toegevoegd.
• Ook noten zijn volwaardige vleesvervangers. Ze bevatten veel ijzer en redelijk veel vitamine B1, maar geen B12. Het vet in noten en pinda’s is grotendeels onverzadigd. Ook zaden en pitten kunnen gebruikt worden: pompoenpitten, pijnboompitten, sesam-, lijn-, en maanzaad enz.
Eieren zijn eveneens goede vleesvervangers. Ze bevatten ijzer en vitamine A en B. Aangeraden wordt om maximaal 3 à 4 eieren per week te eten.
• Bepaalde paddenstoelen kunnen een eiwit- en vitaminerijk alternatief vormen voor vlees, bv. traditionele witte champignon en de oesterzwam. Zij bevatten minder vet, meer vitaminen en meer mineralen dan vlees. Anderzijds bevatten zij meer water zodat men er een dubbele portie moet van eten om vlees te vervangen.
• Charcuterie als broodbeleg kunt u vervangen door (magere) kaas, eieren, kip of ander gevogelte, vis, vers fruit (bv. een banaan) of vegetarisch beleg zoals hummus, olijvenpasta enz.

Bron: www.gezondheid.be